Fabiënne staat stil bij de zomerstorm met extreme valwinden, die de basis was voor het uiteindelijke Domplein. Dat doet zij met sferische zwart-witfotografie waarbij perspectief een belangrijke rol speelt. Het leidt tot verstilde beelden.
Emily schenkt aandacht aan de actualiteit van het plein. Zij fotografeerde schaduwen van voorbijgangers, met als resultaat een versmelting van mens en plein.
Amy verwondert zich over het feit dat er nauwelijks getallen zijn over de hoeveelheid mensen die zijn omgekomen bij de verwoesting van het schip van de Domkerk door de storm. In haar werk legt zij in bewerkte zwart-wit fotografie getuigenis af van deze vergeten mensen.
Mars schenkt met een 3D-werk aandacht aan de vervolgde sodomieten, die elkaar ontmoetten tussen het puin, dat na de storm meer dan 150 jaar is blijven liggen.